Luchtverdeeltechniek nader bekeken

Definitie:
Luchtverdeeltechniek houdt zich bezig met het op de juiste wijze inblazen van lucht in een ruimte

Dit inblazen van lucht kan verschillende redenen hebben, zoals koeling en/of verwarming, bevochtiging en/of ontvochtiging of voor ventilatie. De ingeblazen lucht mag geen hinder veroorzaken in de ruimte en er behoort een zo volledig mogelijke doorspoeling van de ruimte worden nagestreefd. Onderstaande afbeelding geeft de diverse mogelijkheden qua ruimtestroming weer.

Ruimtestroming
Optimaal thermisch comfort Het uiteindelijke doel is een optimaal thermisch comfort, dus een tochtvrije omgeving waarbinnen de temperatuur acceptabel is. Dit thermisch comfort moet voldoen aan eisen, vastgelegd in de NEN-ISO 7730. Het gedeelte van de ruimte waar aan de comforteisen moet worden voldaan, is de comfortzone.

Comfortzone
De comfortzone is het gebied 1,0m vanuit de buitenwanden en 0,5m vanaf de binnenwanden tot 2,0m
boven de vloer (DIN 1946 deel 2).

Inductie
Lucht die via een opening wordt toegevoerd, zuigt stilstaande omgevingslucht aan. Daardoor neemt de luchtsnelheid af en de massa van de in beweging zijnde lucht toe. Dit aanzuigen wordt inductie genoemd. De verhouding tussen de straal-massastroom en de massastroom in de inblaasopening wordt het inductievoud genoemd. De snelheid waarmee de lucht toestroomt is gerelateerd aan de straalsnelheid.

Straalvorm
De totale luchtmassa die kan toetreden is direct afhankelijk van het beschikbare oppervlak waarover de lucht kan toestromen. Onder invloed van deze oppervlakte ontstaan verschillende straalvormen:

  • Straal met vlak patroon: lijnroosters, rechthoekige roosters en (lange) wandroosters
  • Straal met axiaal patroon: jetroosters en (korte) wandroosters
  • Straal met radiaal patroon: ronde lamellenroosters en geperforeerde roosters
  • Straal met tangentiaal patroon: wervelroosters

Omgevingsinvloeden
Bij het inblazen van lucht moet met een aantal zaken rekening worden gehouden:

  • Temperatuursinvloeden
    Luchtstralen die een andere temperatuur hebben dan de omgevingslucht en dus ook een andere soortelijke massa, worden beïnvloed door de zwaartekracht. Koude lucht wordt naar beneden afgebogen en warme lucht naar boven.

  • Invloed van wanden/plafonds
    Als een luchtstraal in de buurt van een wand of plafond komt, buigt de straal af in de richting van die wand of plafond. Dit verschijnsel wordt het coanda-effect genoemd; er ontstaat een onderdruk aan de gesloten zijde van de straal ten opzichte van de vrije zijde, waardoor de straal tegen de wand of het plafond wordt aangedrukt. Dit coanda-effect is doorgaans van belang bij een goede luchtverdeling. Ook ziet een luchtstraal een andere luchtstraal als een wand of een plafond, luchtstralen trekken elkaar dus ook aan.

  • Obstakels
    Obstakels, zoals bijvoorbeeld balken, in de nabijheid van het inblaasrooster kunnen de luchtstraal verstoren. Het coanda-effect kan daardoor teniet worden gedaan, de luchtstraal komt dan te vroeg in de leefzone terecht, wat vervolgens tochtklachten kan geven.