Systeembeschrijvingen -> VAV-i (Variable Air Volume-inductie)
De voordrukonafhankelijke VAV-inductie unit induceert plenum- en/of ruimtelucht in de primaire luchtstroom waardoor onafhankelijk van de reductie van de primaire luchtstroom (VAV) een vrijwel constante luchthoeveelheid naar de ruimte wordt gevoerd. Het aantal luchtwisselingen en derhalve de doorspoeling van de ruimte is hiermee gegarandeerd en resulteert ook in extreme deellastsituaties in een optimaal thermisch comfort in de verblijfszone.
Door de specifieke eigenschappen van deze unit kunnen zeer lage primaire luchttemperaturen worden toegepast, zonder dat er te grote temperatuurverschillen optreden tussen de inblaaslucht en de ruimtelucht.
Technische eigenschappen:
- Zeer groot regelbereik

- Geschikt voor lage en zeer hoge koellasten
- Voordrukonafhankelijk
- Hoge inductie
- Lage eigen weerstand
- Lage geluidsproductie
- Compacte bouw
- Mogelijkheid ingebouwde naverwarmer
- Op te nemen in netwerk Variabel Volume Inductie
Werkingsprincipe:
Boven het verlaagde plafond van de te conditioneren ruimte wordt in de aftakking van het hoofdkanaal de VAV-I unit gemonteerd. Deze VAV-I unit kan optioneel worden uitgevoerd met een distributieplenum voorzien van meerdere ronde uitlaten en een naverwarmingsbatterij. Middels akoestische slangen worden één of meerdere inblaasroosters aangesloten ten behoeve van de luchtverdeling in de ruimte.
Het systeem werkt met een zeer lage primaire luchttemperatuur waardoor het kanalenstelsel kleiner uitgevoerd kan worden. Doordat er (relatief warmere) lucht uit het plafondplenum of direct uit de ruimte in de primaire luchtstroom wordt geïnduceerd heeft de in de ruimte ingeblazen lucht de gewenste temperatuur.
De hoeveelheid inductielucht is afhankelijk van de stand van de regelklep in de VAV-I unit (= hoeveelheid primaire lucht). Hoe kleiner de hoeveelheid primaire lucht des te groter de hoeveelheid inductielucht. Door dit principe is de secundaire luchthoeveelheid onder alle omstandigheden voldoende voor een goede ruimtedoorspoeling. Hierdoor vindt er geen "dumping" van de lucht over het inblaasrooster plaats (geen kans op tocht). Door dit principe is een goede ruimte doorspoeling te allen tijde gegarandeerd.
Op de VAV-I unit wordt een VAV-regelaar gemonteerd en in de ruimte of zone wordt een ruimtethermostaat met temperatuuropnemer en setpointinstelling gemonteerd. In de VAV-regelaar worden het minimum en maximum luchtvolume, en wanneer er een naverwarmingsbatterij is gemonteerd ook het zogenaamde "reheat" minimum luchtvolume, ingesteld. De gebruiker stelt op de ruimtethermostaat de gewenste ruimtetemperatuur in waarna de VAV-I unit binnen de grenzen van het ingestelde minimum en maximum luchtvolume de betreffende ruimte op de ingestelde temperatuur houdt.
Bij een stijgende ruimtebelasting (intern en/of extern) zal de hoeveelheid ingeblazen lucht toenemen. Wanneer de ruimtebelasting afneemt zal de hoeveelheid primaire lucht afnemen. Wanneer de ruimtebelasting verder afneemt en de VAV-I unit bereikt zijn minimum stand en de ruimtetemperatuur is te laag zal de VAV-regelaar de afsluiter van de naverwarmingsbatterij opensturen zodat de lucht wordt naverwarmt en de ruimte op temperatuur blijft. Doordat het regelbereik bij VAV-I zeer groot is zal pas bij de minimaal vereiste luchthoeveelheid ("verse lucht") eventuele naverwarming nodig zijn.
Luchtdistributie:
Het uiteindelijke thermische comfort in de ruimte wordt naast de juiste, op de interne- en externe belasting afgestemde, luchthoeveelheid en inblaastemperatuur bepaald door de inblaasroosters. Door de inductiewerking is de bandbreedte waarbinnen de inblaasroosters moeten werken aanzienlijk kleiner dan bij VAV. Het selecteren van het juiste rooster is derhalve geen probleem. In de praktijk worden veelal geperforeerde - of wervelroosters toegepast omdat deze met name bij hoge belastingen uitstekend voldoen. Een recent klimaatkameronderzoek bij een onafhankelijk bureau (Peutz) heeft aangetoond dat tien luchtwisselingen zonder problemen met geperforeerde roosters gerealiseerd kunnen worden waarbij het binnenklimaat voldoet aan de normen.
Regelkarakteristiek:
De regelkarakteristiek van de voordruk onafhankelijke VAV-I unit is voor de primaire lucht geheel lineair van 0 tot 100%. Omdat er een minimale luchtsnelheid over het Flo-Cross® meetorgaan benodigd is om een betrouwbaar meetsignaal te krijgen kan de primaire lucht niet tot 0% worden teruggeregeld. Het regelbereik van de primaire lucht is 20 - 100%. Door de inductiewerking is de secundaire luchthoeveelheid altijd minimaal 60%. Hierdoor is een goede ruimtedoorspoeling ook in deellast situaties gegarandeerd. Ook aan een ruimte die niet gebruikt wordt tijdens dagbedrijf dient een minimale verse luchthoeveelheid toegevoerd te worden ter voorkoming van bedomptheid.
Free Cooling:
Door de hoge kwaliteit van dak- en gevelconstructies alsmede de lage U-waarde van glas dient er in moderne kantoorgebouwen ook bij lagere buitentemperaturen in het gebouw gekoeld te worden. Bij diepere vertrekken zal er zelfs in de wintersituatie gekoeld dienen te worden. Middels het VAV-inductie behoeft u geen koelmachines of drycoolers in te schakelen om in deze koelbehoefte te voorzien.
Het VAV-inductie systeem maakt optimaal gebruik van free-cooling in combinatie met verse buitenlucht van de juiste temperatuur.
Het Nederlandse klimaat leent zich bij uitstek om de gratis in de buitenlucht aanwezige koelenergie te benutten voor gebouwklimatisering. Tijdens werkuren van maandag t/m vrijdag van 08:00 tot 18:00 is de verdeling van de buitenluchttemperatuur (bron referentie jaar 1964) als volgt::
| Temperatuur | uren per jaar |
< 12 ºC |
1800 |
11 - 17 ºC |
600 |
16 - 23 ºC |
500 |
22 - 30 ºC |
220 |
Van de 2570 bedrijfsuren kan er gedurende 1800 uur gebruik worden gemaakt van free-cooling. U behoeft dus niet te investeren in drycooler of dure winterregeling op uw koelmachine. Een luchtbehandelingkast met regelbare warmteterugwinning is voldoende.
Bijkomend voordeel hiervan is 100% buitenlucht door de gebruiker als zeer comfortabel ervaren wordt.
Onderzoeken wijzen uit dat men het klimaat als prettiger ervaart bij een grotere hoeveelheid "verse" lucht. Door het gebruik van een grotere hoeveelheid verse lucht is de kans op CO2 verhoging in de ruimte minimaal.
Systeembeoordeling:
- 100% verse buitenlucht mogelijk
- Optimaal gebruik free cooling
- Individueel regelbaar
- Zeer groot regelbereik
- Hoog comfort niveau
- Ook bij deellast goede ruimte doorspoeling
- Ook bij verwarmen goede ruimte doorspoeling
- Door lage primaire luchttemperatuur veel koelvermogen waardoor kleine kanalen
- Energiezuinig
- Laag geluidsniveau
- Geringe afmetingen
- Eenvoudige montage
- Flexibele ruimte-indeling
- Eenvoudig te bedienen
- Onderhoudsvrij
- Lange levensduur hardware (= 20 jaar)
- Lange levensduur regelapparatuur en software (=10 jaar)
- Opgenomen in netwerk
- Eenvoudige koppeling met LEM en andere gebouwgebonden systemen middels LON
- Standaard overwerkregeling
|
- Op zoek naar een uitdaging?
Bezoek onze vacaturepagina

| 
